Judoclub Reuver

Omdat judo zo'n leuke sport is

Nage No Kata

NAGE-NO-KATA ALGEMEEN.

Het Nage-no-kata is ontwikkeld in 1884 en 1885 in de Kodokan. Het kata bestaat uit 5 sets van ieder drie worpen, die rechts en links worden uitgevoerd. Op dit moment zijn er in Nederland twee interpretaties van het Nage-no-kata toegestaan: die van de Kodokan en die van de Butokukai. In essentie verschillen beide kata niet van elkaar omdat beiden de principes van het werpen demonstreren. De Butokukai gaat in haar uitvoering uit van de "doorgaande lijn", terwijl de Kodokan het principe van "omstappen bij het indraaien" hanteert. Hierdoor kan in de uitvoering van de Kodokan een min of meer stopmoment in de beweging zitten. Verder neemt Tori in de Butokukai methode in een aantal technieken vanaf de tweede pas het initiatief, terwijl in de Kodokan manier dit pas in de derde en laatste pas gebeurt. Bij de uitvoering volgens de Butokukai ligt de nadruk meer op het "werpen" en bij de Kodokan meer op het "principe en vorm". Verder zijn er in de uitvoering nog een aantal verschillen als gevolg van bovenstaand. De technieken en volgorde in beide stijlen zijn echter exact hetzelfde. Al het volgende heeft betrekking op de uitvoering volgens de Kodokan.

1) Etiquette.
Etiquette behoren tot het kata en dienen dan ook in ieder kata correct toegepast te worden.

2) Ceremonie
Deze dient te verlopen volgens de etiquette. Let op plaats t.o.v. kamiza, afstand, groeten, houding en bewegen. Er zijn 3 afstanden, te weten: 10 mtr - 6 mtr en 4 mtr.

3) Symmetrie. 
Symmetrie is belangrijk in het kata, met name voor de vorm. De climax (kake) van iedere techniek ligt in het centrum.

4) Afstand
Afstand (ma-ai) is een belangrijk onderdeel in het kata. Tori bepaalt in iedere techniek de afstand. We onderscheiden 4 afstanden: kort, normaal, half lang en lang. Afhankelijk van de uit te voeren techniek hanteren we één van deze afstanden. Afstand wordt in Japanse tatami gemeten. Deze maat is 180x90 cm, in tegenstelling tot onze judomatten die 2x1 mtr meten. Voor de 4 afstanden betekent dit resp. 30 cm, 60 cm, 90 cm en 180 cm. Afhankelijk van lichaamslengte kunnen deze afstanden enigszins varieëren.

5) Houding en beweging
Correcte lichaamshouding (shizen-hontai en jigotai) en manier van bewegen (ayumi-ashi, tsuri-ashi en tsugi-ashi).

6) Valbreken
Ukemi dient correct toegepast te worden. Afhankelijk van de uitgevoerde techniek blijft uke liggen of rolt door en staat op.

7) Opstaan na techniek
Uke staat op aan de "lage" kant, soms met de rug richting kamiza. Indien van toepassing gaat Tori in "neutrale"positie zitten en draait altijd richting kamiza. Na elke serie op de juiste plaats met de rug naar elkaar toe kleding in orde maken en gelijktijdig omdraaien, altijd richting kamiza.

8) Slag
Bij 4 technieken maakt uke een slag (atemi) met een hamervuist op het hoofd van tori. Uke moet echt slaan, denk aan verdediging met andere arm.

9) Controle
Na uitvoering van iedere techniek moet tori de controle (zanshin) van de eindvorm laten zien.

CEREMONIE & ETIQUETTE (REISHIKI).

Tori staat rechts en uke links t.o.v. kamiza, oftewel kamiza is links t.o.v. tori. Tori en uke lopen langs de rand van de mat richting kamiza en stoppen in het midden van de mat. Ze draaien met het gezicht naar elkaar toe en staan op een afstand van 10 meter uit elkaar, handen losjes langs de bovenbenen, hakken tegen elkaar en voeten in V-vorm. Vervolgens groeten ze naar elkaar: de handen glijden via de bovenbenen naar de voorkant tot aan de knieën en buigen in een hoek van ca. 30 graden naar elkaar. Rechtop, handen weer langs lichaam en naar elkaar toe lopen tot een afstand van 6 meter. Altijd met linkervoet beginnen te lopen. Tori en uke draaien gelijktijdig op de plaats richting kamiza en maken weer een staande buiging, draaien terug op de plaats en knielen, startend met de linkerknie. Knielen op de plaats waar de voeten staan. Handen zijn in de lies en glijden over de boven benen naar de knieën en worden voor de knieën geplaatst, vingers naar elkaar toe wijzend (ca. 6 cm uit elkaar). Buigen tot voorhoofd ca. 30 cm van de handen is, heup komt niet omhoog. Vervolgens rechtop komen, startend met rechtervoet. Voeten komen op de plaats waar de knieën waren. Tori en uke maken nu gelijktijdig en openingspas, links - rechts, en staan schouderbreed op ca. 4 meter van elkaar en zijn klaar om met het Nage-no-kata te beginnen. Na de laatste serie maken tori en uke hun kleding in orde en draaien met het gezicht richting kamiza naar elkaar toe en staan dan op ca. 4 meter van elkaar. Ze maken een sluitpas met rechts - links naar achteren, voeten in V-vorm tegen elkaar en staan op 6 meter. Vervolgens geknield groeten, opstaan, op de plaats draaien naar kamiza, groeten, terugdraaien en gelijktijdig achterwaarts van de mat lopen naar 10 meter. Groeten voor elkaar en langs de rand van de mat achter (dus met gezicht naar kamiza) naar de rand van de mat lopen.

TE-WAZA.

1) UKI-OTOSHI.

01-uki-otoshi

1) Tori en uke lopen samen naar elkaar toe, startend met links. Tori loopt 2/3 en uke 1/3 van de afstand en staan op normale afstand (= armlengte).
2) Uke valt aan door vast te pakken en naar voren te lopen. Tori geeft mee en stapt terug in tsugi-ashi. 
3) Uke herstelt balans door tweede pas te maken. Tori stapt weer terug in tsugi-ashi. 
4) Bij de derde pas maakt tori een grotere pas en zakt door op de knie.
5) Tori trekt uke met beide arm in richting van zijn eigen heup, dus geen cirkel beweging! 
6) Voorste voet en achterste voet van tori zijn op één lijn. Hoek voorste voet en knie tussen 30 en 45 graden, hoek voorste been 120 graden. 
7) Na worp uke niet nakijken, zanshin, vrije hand op binnenkant knie leggen.

2) SEOI-NAGE.

02-seoi-nage

1) Tori en uke staan op de rand van centrumzone op lange afstand (= 180 cm). De worp vindt plaats in het centrum.
2) Uke slaat met hamervuist van boven op hoofd tori in twee vloeiende passen. 
3) Derde pas is een aansluitpas. Uke moet vrije tegen heup tori plaatsen.
4) Tori moet de slagarm van uke niet blokken maar aan de binnenkant elleboog naar buiten en omhoog sturen. 
5) Tori draait snel in waardoor de arm van uke OP de schouder komt te liggen. 
6) Tori moet zwaartepunt verlagen, dus door de knieën zakken. Uke moet volledig op de rug van tori liggen, dus niet alleen maar over de schouder draaien.
7) Na worp zanshin, twee handen aan mouw.

3) KATA-GURUMA.

 03-kata-guruma

1) Uke valt aan als in uki-otoshi maar minder agressief en remt iets af met zijn voorste been en arm. 
2) Bij de tweede pas pakt tori de voorste arm van uke arm aan de binnenkant om om op die manier de blok van uke’s arm te breken én om zijn eigen nek te beschermen tegen verwurging. 
3) Uke legt zijn hand tegen de elleboog van tori. 
4) Tori maakt derde pas groter in lengte-as en verstoort zo de balans van uke. 
5) Tori trekt met de hand aan de mouw uke door, zakt door de knieën met rechte rug, oor tegen band van uke, en pakt met andere hand om het bovenbeen. Niet de broek vastpakken! 
Met rechte rug tillen en de stapvoet bijtrekken tot heupbreedte. 
6) Tori werpt uke in een beweging schuin naar voren af in een hoek van 45 graden op de lengte-as van de beweging. Tori moet uke met de mouwhand (hikite) naar zijn eigen band trekken. De andere hand aan het been ondersteunt deze beweging.
7) Na worp zanshin; twee handen aan de mouw.

Na de linkse uitvoering lopen tori en uke terug naar hun beginpositie op 4 meter en maken hun kleding in orde. Hierbij staan ze met de rug naar elkaar toe. Vervolgens draaien beide gelijktijdig om met het gezicht richting kamiza en zijn klaar voor de tweede serie.

KOSHI-WAZA.

1) UKI-GOSHI.

 04-uke-goshi

1) Tori en uke lopen samen naar elkaar toe tot aan de rand van de centrumzone en staan op lange afstand (= 180 cm) van elkaar.
2) Uke slaat met hamervuist recht van boven op hoofd tori en maakt twee passen en staat dan schouderbreed. 
3) Uke geeft vrije arm aan.
4) Tori ontwijkt slag door tegenovergesteld in te draaien. D.w.z. als uke rechts slaat, draait tori links in. Tori staat maar half op uke, arm ter hoogte van de band en andere hand ter hoogte van de elleboog. 
5) Tori werpt door met de heup te "sturen" en met het bovenlichaam te draaien. 
6) Na worp zanshin, twee handen aan de mouw. 
7) Uke ligt in de centrumzone, Tori staat in het centrum. 
8) Tori stapt terug naar rand centrumzone. Uke staat op een neemt positie in aan de rand van de centrumzone tegenover tori.

2) HARAI-GOSHI.

05-harai-goshi 

1) Tori en uke staan op normale afstand (= armlengte) van elkaar. Uke valt aan en tori ontwijkt in tsugi-ashi. 
2) Uke herstelt balans door 2e pas te maken. Tori ontwijkt weer en legt de vlakke hand met gestrekte vingers onder de oksel op de rug van uke tussen de schouder bladen. 
3) Bij de derde pas cirkelt tori zijn voet om en stapt met de andere bij. Tori is nu 180 graden gedraaid en trekt uke tegen zich aan; denk aan afstand om in te draaien. 
4) Tori veegt met gestrekt been, tenen omlaag, onder de knie van uke diens been naar achteren weg. Om de worp verder af te maken draait tori zijn lichaam af. 
5) Na de worp zanshin.

3) TSURI-KOMI-GOSHI.

06-tsuri-komi-goshi 

1) Tori en uke staan weer op armlengte van elkaar. Uke valt weer aan door naar voren te stappen. 
2) Tori ontwijkt door in tsugi-ashi naar achteren te stappen en pakt in de kraag van uke vast. 
3) Uke valt met tweede pas aan en tori stapt weer in tsugi-ashi naar achteren. Bij de derde pas stapt tori met een grote pas schuin naar achteren, gevolgd door zijn andere voet met een kleinere pas. 
4) Uke reageert door bij te stappen en verzet (hara) te geven als verdediging tegen harai-goshi. 
5) Tori stapt met zijn eerste been terug en is nu weer 180 graden gedraaid, zakt met rechte rug door de knieën zodat zijn heupen tegen de bovenbenen van uke komen. 
6) Tori werpt uke door in één beweging de benen te strekken en hem met beide handen over de heup te trekken. Na worp zanshin; beide handen aan de mouw.

Na linkse uitvoering op beginpositie kleding in orde maken en gereed maken voor derde serie.

ASHI-WAZA.

1) OKURI-ASHI-HARAI

 07-okuri-ashi-harai

1) Tori en uke lopen gelijktijdig naar elkaar toe en ontmoeten elkaar in het centrum en staan op korte afstand (= 30 cm) van elkaar. 
2) Op het moment dat uke wil vastpakken is tori net iets eerder met pakken en stapt onmiddellijk zijwaarts in tsugi-ashi en probeert uke op die manier uit balans te brengen. 
3) Uke anticipeert door eveneens in tsugi-ashi zijwaarts te stappen. Hierop versnelt tori met zijn tweede pas, maar ook hierop anticipeert uke in een poging zijn balans te herstellen door zijwaarts mee te bewegen. 
4) De derde pas van tori is groter om uke uit balans te brengen. In de poging om die die balans te bewaren zal uke proberen die beweging te volgen. Tori stuurt uke met zijn armen door, terwijl hij zelf zijn beweging stopt en uke als het ware voorbij laat lopen. Op dat moment veegt hij beide voeten van uke in de zijwaartse beweging weg. 
5) Na de worp zanshin; beide handen aan de mouw. Tori blijft na de worp op de plaats staan en wacht totdat uke zijn positie voor hem in neemt op korte afstand en gaan dan met de linkse uitvoering terug en komen zo weer in het midden uit voor de volgende techniek.

2) SASAE-TSURI-KOMI-ASHI

 08-sasae-ts-ko-ashi

1) Tori en uke staan nu weer op armlengte (= 60cm) van elkaar. Uke valt aan door vast te pakken en naar voren te stappen; Tori ontwijkt achterwaarts in tsugi-ashi. 
2) Om zijn balans te herstellen maakt uke een tweede pas naar voren. Deze wordt wederom door tori ontweken. Echter, in plaats van zijn voet aan te schuiven ter hoogte van zijn andere voet verplaatst tori zijn aanschuifvoet schuin opzij in een hoek van circa 45 graden. 
3) In reactie op deze actie zal uke zijn lichaam strekken en in een poging zijn balans te herstellen zal hij zijn voet naar voren willen zetten. 
4) Tori blokkeert met de onderkant van zijn voet net boven de wreef de voet van Uke en trekt gelijktijdig de hikite (= mouwhand) op schouderhoogte naar voren, draait zijn eigen lichaam af (probeer over je eigen schouder te kijken) en werpt uke door de hikite sterk omlaag te trekken. 
5) Tori draait met de val van uke mee en controleert met twee handen aan de mouw. Na de linkse uitvoering lopen beiden naar het midden en staan voor elkaar in half lange afstand (= 90 cm) voor de volgende techniek.

3) UCHI-MATA

09-uchi-mata 

1) Uke valt aan door met een klein pasje naar voren te stappen en gelijktijdig tori vast te pakken, echter de tsurite (= reverhand) is ter hoogte van het sleutelbeen. Tori reageert door hetzelfde te doen en ontneemt uke het initiatief door met zijn andere voet in een cirkelbeweging voorwaarts te stappen terwijl zijn tsurite uke mee neemt in deze beweging. 
2) Uke probeert deze cirkelbeweging te remmen door met zijn voeten breed uit elkaar mee te gaan in bewegingsrichting terwijl hij zijn bovenlichaam iets naar voren buigt. 
3) Tori maakt een tweede pas om de balans van uke te breken en trekt uke met zijn tsurite sterk achter zich. 
4) Tori maakt vervolgens een kleine derde pas en, voordat uke zijn gewicht op het voorste been kan zetten, zwaait hij dit been van binnen uit weg en werpt uke met o-uchi-mata.

Na linkse uitvoering op beginpositie kleding in orde maken en verder met de volgende serie.

MA-SUTEMI-WAZA.

1) TOMOE-NAGE.

10-tomoe-nage

1) Tori en uke lopen gelijktijdig naar het midden en staan op half-lange afstand (= 90 cm) van elkaar. Tori staat in de centrumzone, uke aan de rand. 
2) Tori en uke maken gelijktijdig een kleine pas voorwaarts en pakken elkaar vast in normale judohouding. 
3) Tori ontneemt uke het initiatief door hem achterwaarts te dwingen en stapt re-li-re naar voren. 
4) Uke verdedigt door li-re-li terug te stappen en bij de laatste pas met zijn achterste been verzet te geven. 
5) Bij de derde pas verandert de pakking tori van de mouw naar de rever. Door het verzet van uke stapt tori met zijn linkervoet tussen de benen van uke en haalt hem met beide handen maar voren en omhoog uit balans. 
6) In een poging zijn balans te herstellen brengt uke zijn achterste voet naar voren op één lijn met zijn andere voet. 
7) Tori zakt door zijn knieën en brengt zo zijn zwaartepunt onder dat van uke en plaatst zijn rechtervoet in de buik van uke (op de knoop van de band) en werpt hem in een boog over zich heen terwijl hij zelf rugwaarts valt. 
8) Uke maakt een pas met rechts en rolt in een grote boog over tori en komt tot stand. Na de worp blijft tori op de rug liggen, werpvoet in de richting van de worp en andere voet aan de mat.

2) URA-NAGE.

11-ura-nage 

1) Tori en uke staan op de rand van centrumzone op lange afstand (= 180 cm). De worp vindt plaats in het centrum. 
2) Uke slaat met hamervuist van boven op hoofd tori in twee vloeiende passen. De derde pas is een aansluitpas. 
3) Tori ontwijkt door met links een grote pas naar voren te maken buiten de rechtervoet van uke. Gelijktijdig brengt tori zijn linkerarm om het middel van uke en plaatst zijn rechterhand met de vingers omhoog tegen de buik van uke. 
4) De slag van uke wordt door de schouder van tori gestopt, waardoor uke min of meer op de rug van tori slaat. Uke moet wel de slagbeweging afmaken. 
5) Tori plaatst zijn rechtervoet tussen de benen van uke en tilt hem door zijn benen te strekken en werpt hem gelijktijdig over zijn schouder door met zijn bovenlichaam achterover te buigen en neer te komen in een soort brugval. 
6) Als uke geworpen wordt maakt hij een massieve zijwaartse val. 
7) Na de worp staan tori en uke op en valt uke direct aan met een linkse slag.

3) SUMI-GAESHI

12-sumi-gaesi 

1) Tori en uke staan op half-lange afstand (= 90 cm), stappen rechts naar voren en gaan in migi-jigotai (rechtse verdediginshouding). 
2) Tori ontneemt uke het initiatief door met rechts in een cirkelbeweging achterwaarts te stappen en met zijn lichaam te trekken. 
3) Door deze aktie wordt uke gedwongen links naar voren te stappen maar staat niet meer in balans. Om zijn balans te herstellen wil uke zijn lichaam strekken en zijn zwaartepunt meer naar het midden te brengen. 
4) Tori gaat met deze beweging mee en brengt uke voorwaarts uit balans door met beide handen hem omhoog en naar voren te trekken. 
5) Uke wordt nu gedwongen zijn rechtervoet naar voren te plaatsen op één lijn met zijn linkervoet en staat iets voorover gebogen en met zijn balans naar voren gebroken. 
6) Tori brent zijn linkervoet tussen de voeten van uke, gaat achter zijn hielen zitten en plaatst gelijktijdig zijn rechterwreef tegen de achterkant van het bovenbeen van uke en werpt hem in een boog over zich heen. Uke maakt met zijn rechtervoet een pas naar voren en rolt in een boog naar voren en komt tot stand. Tijdens deze rolbeweging moet uke niet proberen zijn rechterarm te "bevrijden" maar de hand in de oksel van tori plaatsen en met een gebogen arm rollen.

Na linkse uitvoering op beginpositie kleding in orde maken en verder met de volgende serie.

YOKO-SUTEMI-WAZA. 

1) YOKO-GAKE

13-yoko-gake 

1) Tori en uke lopen samen naar elkaar toe, startend met links. Tori loopt 2/3 en uke 1/3 van de afstand en staan op normale afstand (= armlengte). 
2) Uke valt aan door vast te pakken en naar voren te lopen. Tori geeft mee en stapt terug in tsugi-ashi. 
3) Uke herstelt balans door tweede pas te maken. Tori stapt weer terug in tsugi-ashi en duwt met zijn linkerhand de rechterelleboog van uke naar binnen. 
4) Bij de derde pas wordt uke op zijn rechtervoet naar voren gezet, waarbij het gewicht op de buitenkant van de voet rust. 
5) Tori versterkt de sturende beweging met zijn armen waardoor de rechterschouder van uke nog meer naar binnen wordt gedraaid en de rug evenwijdig aan de denkbeeldige bewegingslijn komt. 
6) Bij de derde pas schuift/glijdt de rechtervoet van tori aan bij zijn linkervoet. Hij maakt geen tsugi-ashi meer! Uke schuift zijn linkervoet aan bij zijn rechtervoet. 
7) Tori verplaatst zijn gewicht snel naar zijn rechtervoet en terwijl hij op zijn zij valt veegt hij het voorste been van uke onderuit. Het vegen is meer een wegduwende beweging dan een veegbeweging, waardoor het tweede been van uke ook wordt meegenomen in deze beweging. Uke valt gestrekt en plat op de rug. Tori controleert met beide handen aan de mouw.

2) YOKO-GURUMA.

14-yoko-guruma 

1) Tori en uke staan op de rand van centrumzone op lange afstand (= 180 cm). De worp vindt plaats in het centrum. 
2) Uke slaat met hamervuist van boven op hoofd tori in twee vloeiende passen. De rechtervoet van uke staat voor. 
3) Tori ontwijkt door met links een grote pas naar voren te maken buiten de rechtervoet van uke. Gelijktijdig brengt tori zijn linkerarm om het middel van uke en plaatst zijn rechterhand met de vingers omhoog tegen de buik van uke en wil hem werpen met ura-nage. 
4) Uke verhindert dat tori hem kan werpen met ura-nage door met zijn slagarm tori omlaag en naar voren te duwen. Hiertoe buigt hij zelf ook naar voren en staat nu met zijn rug evenwijdig aan de bewegingslijn. 
5) Tori anticipeert op deze beweging door zijn rechtervoet tussen de benen van uke te plaatsen en mee te gaan met de beweging van uke. 
6) Tori valt op zijn linkerzij en werpt uke door deze vallende beweging van zijn lichaam in een hoek van ongeveer 60-70 graden. 
7) De werpaktie wordt ondersteunt door de aktie van de armen. De hand tegen de buik duwt uke naar voren en de linkerhand trekt in een cirkelbeweging. 
8) De voeten van tori blijven in de mat staan als afzetpunt. Na de worp steunt tori op zijn voeten en schouders waarbij de heupen van de mat zijn. De armen sturen uke na terwijl deze een vrije val maakt en weer tot stand komt.

3) UKI-WAZA

15-uki-waza 

1) Tori en uke staan op half-lange afstand (= 90 cm), stappen rechts naar voren en gaan in migi-jigotai (rechtse verdediginshouding). 
2) Tori ontneemt uke het initiatief door met rechts in een cirkelbeweging achterwaarts te stappen door met zijn hele lichaam te trekken. 
3) De rechterhand van tori is op het linkerschouderblad van uke en de linkerhand van tori pakt niet de mouw maar de rechterarm van uke net boven de elleboog. 
4) Door deze aktie wordt uke gedwongen links naar voren te stappen maar staat niet meer in balans. Om zijn balans te herstellen wil uke zijn lichaam strekken en zijn zwaartepunt meer naar het midden brengen. 
5) Tori gaat met de beweging van uke mee en haalt uke naar voren uit balans door hem met beide handen omhoog en naar voren te sturen. In een poging zijn balans te herstellen uke met zijn rechtervoet naar voren. 
6) In een schuifpas sluit tori zijn linkervoet aan en werpt uke in een hoek van 45 graden door zijn linkerbeen in een vloeiende beweging opzij te strekken en zodoende het naar voren komende been van uke te blokkeren. 
7) Tori valt op zijn linkerzijkant en brugt op zijn linkerschouder terwijl beide voeten contact met de mat houden. Tori laat uke los waardoor deze een vrije val kan maken en weer tot stand komt.

Na deze laatste techniek lopen tori en uke terug naar hun beginpositie, maken hun kleding in orde en groeten af zoals bij reishiki is beschreven. Hiermee is het complete Nage-no-kata klaar.

Bron, Cor Bosman ( 5e Dan Judo).

U bevindt zich hier: Home Judologie Nage No Kata